Wie te behandelen

De indicatie voor antivirale therapie is afhankelijk van de volgende factoren:

      • Ernst van leverziekte en risico op hepatocellulair carcinoom en andere levergerelateerde complicaties
      • Risico op HBV reactivatie
      • Risico op HBV transmissie

Onderstaande groepen patiënten dienen volgens de commissie behandeld te worden:

  1. Alle patiënten met gevorderde fibrose (METAVIR F3) of cirrose (METAVIR F4) en een detecteerbaar HBV DNA.
  2. Alle patiënten met chronische hepatitis B en significante viremie (HBV DNA ≥2,000 IU/mL) met:
        • ALT > ULN en/of;
        • matige necroinflammatie dan wel significante fibrose (≥F2 op basis van biopt of Fibroscan) en/of;
        • verhoogd risico op HCC1.
  3. Alle patiënten met chronische hepatitis B en hepatocellulair carcinoom.

 

Behandelschema voor chronische hepatitis B

Toelichting

1De volgende risicofactoren voor hepatocellulair carcinoom (HCC) worden onderscheiden:

        • Een positieve familieanamnese voor HCC
        • Een PAGE-B score ≥ 10
        • De aanwezigheid van één of meer metabole comorbiditeiten. Metabole comorbiditeiten worden gedefinieerd als:
            • Diabetes Mellitus of;
            • Obesitas (BMI ≥ 30 kg/m²) of;
            • Steatotische leverziekte (zoals MASLD) of;
            • ≥3 metabole risicofactoren (overgewicht, diabetes mellitus, hypertensie, dyslipidemie)
        • Alcoholabusus van (≥ 60 gram per dag)