Falen van NUCs

Er wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende typen NUC falen:

  1. Virologische non-respons: < 1 log HBV DNA daling na 6 maanden.
  2. Partiele virologische respons: HBV DNA daalt niet geleidelijk of blijft > 2000 IU/mL.
  3. Virologische doorbraak: > 1 log HBV DNA stijging boven de laagst gemeten waarde.

Non-compliance is een belangrijke oorzaak voor NUC falen bij patiënten die worden behandeld met ETV, TDF of TAF; derhalve dient dit te worden nagegaan bij iedere patiënt. Bij behandeling middels tenofovir kunnen er spiegels worden bepaald om compliance te bevestigen.

 

Voor compliante patiënten (bij tenofovir idealiter bevestigd middels aanwezige spiegel; overleg met apotheker/klinisch chemicus wordt aanbevolen) gelden de volgende adviezen:

  1. Bij compliante patiënten met een partiële virologische respons op ETV, TDF of TAF dient de HBV DNA kinetiek te worden meegewogen:
      • Bij patiënten met een dalend HBV DNA kan de behandeling worden gecontinueerd.
      • Bij patiënten bij wie het HBV DNA niet verder daalt kan aanpassing van de NUC worden overwogen. Laaggradige viremie (<2000 IU/ml) kan echter worden geaccepteerd bij patiënten zonder cirrose met een normaal ALT.
  2. Bij compliante patiënten met een virologische doorbraak of partiele virologische respons dient virale resistentie te worden uitgesloten middels resistentie mutatie-analyse.
  3. De behandeling van (multi)resistente HBV dient te gebeuren aan de hand van de aangetoonde mutaties. Hierbij geldt als leidraad voor de behandeling:
      • Bij falen van ETV: switch naar TDF.
      • Bij falen van TDF (of TAF): switch naar ETV.
      • Bij falen van lamivudine of telbivudine: switch naar TDF (of TAF).
      • Bij falen van adefovir: switch naar ETV of TDF (of TAF).
      • Bij multiresistente HBV is de combinatie van ETV en TDF vaak effectief. Bij deze patiënten dient overlegd te worden met een expertisecentrum.