Zwangere vrouwen

Screening op HBsAg wordt voor alle zwangere vrouwen aangeraden in het eerste trimester.

Voor zwangere vrouwen besmet met hepatitis B geldt:

      1. Bij vrouwen met een actuele zwangerschapswens zonder significante fibrose (F0-F1) is uitstel van behandeling tot na de zwangerschap te overwegen
      2. Bij zwangere vrouwen met significante fibrose (≥F2) of cirrose wordt behandeling met TDF geadviseerd
      3. Zwangere vrouwen (en vrouwen die zwanger willen worden) die reeds met een NUC worden behandeld dienen te switchen naar TDF
      4. Alle zwangere vrouwen met hoge virale load (HBV DNA > 200,000 IU/mL) of een HBsAg concentratie > 4 log10 IU/mL dienen te worden behandeld met TDF vanaf zwangerschapsweek 24-28 (of eerder). De behandeling dient tot 12 weken post-partum te worden gecontinueerd. Na het staken van antivirale therapie bestaat er een risico op een flare, patiënten die behandeling staken dienen derhalve te worden gemonitord
      5. TDF kan in lage concentraties in de moedermelk worden gedetecteerd, de kans dat dit toxische effecten heeft lijkt klein maar over de veiligheid voor de pasgeborene is weinig bekend. Borstvoeding is niet absoluut gecontra-indiceerd, maar de onzekerheid ten aanzien van de risico’s voor de pasgeborene dienen met de moeder te worden besproken.

Toelichting

Zowel de EASL als de AASLD richtlijnen stellen dat borstvoeding niet is gecontra-indiceerd bij TDF gebruik. Dit is gebaseerd op kleinschalig onderzoek waaruit naar voren is gekomen dat de concentratie TDF in moedermelk zeer laag is en derhalve leidt tot beperkte expositie bij de pasgeborene. De klinische implicaties van de expositie zijn echter onbekend. De werkgroep is van mening dat de aanbevelingen van EASL en AASLD kunnen worden opgevolgd, en dat borstvoeding dus kan worden gegeven tijdens TDF gebruik. De (onbekende) risico’s voor de pasgeborene dienen echter te worden besproken.